CHRISTEN OF MOSLIM.NL

35 ik zal mijn verbond niet schenden,  mijn woorden niet herroepen

19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’  Lucas 16

 

 

19  كان انسان غني وكان يلبس الارجوان والبز وهو يتنعم كل يوم مترفها.

20  وكان مسكين اسمه لعازر الذي طرح عند بابه مضروبا بالقروح.

21  ويشتهي ان يشبع من الفتات الساقط من مائدة الغني.بل كانت الكلاب تأتي وتلحس قروحه.

22  فمات المسكين وحملته الملائكة الى حضن ابراهيم.ومات الغني ايضا ودفن.

23  فرفع عينيه في الهاوية وهو في العذاب ورأى ابراهيم من بعيد ولعازر في حضنه.

24  فنادى وقال يا ابي ابراهيم ارحمني وارسل لعازر ليبل طرف اصبعه بماء ويبرّد لساني لاني معذب في هذا اللهيب.

25  فقال ابراهيم يا ابني اذكر انك استوفيت خيراتك في حياتك وكذلك لعازر البلايا.والآن هو يتعزى وانت تتعذب.

26  وفوق هذا كله بيننا وبينكم هوّة عظيمة قد أثبتت حتى ان الذين يريدون العبور من ههنا اليكم لا يقدرون ولا الذين من هناك يجتازون الينا.

27  فقال اسألك اذا يا ابت ان ترسله الى بيت ابي.

28  لان لي خمسة اخوة.حتى يشهد لهم لكي لا يأتوا هم ايضا الى موضع العذاب هذا.

29  قال له ابراهيم عندهم موسى والانبياء.ليسمعوا منهم.

30  فقال لا يا ابي ابراهيم.بل اذا مضى اليهم واحد من الاموات يتوبون.

31. فقال له ان كانوا لا يسمعون من موسى والانبياء ولا ان قام واحد من الاموات يصدقون

لوقا 16

 

 

 

19 There was a certain rich man, which was clothed in purple and fine linen, and fared sumptuously every day:

20 And there was a certain beggar named Lazarus, which was laid at his gate, full of sores,

21 And desiring to be fed with the crumbs which fell from the rich man’s table: moreover the dogs came and licked his sores.

22 And it came to pass, that the beggar died, and was carried by the angels into Abraham’s bosom: the rich man also died, and was buried;

23 And in hell he lift up his eyes, being in torments, and seeth Abraham afar off, and Lazarus in his bosom.

24 And he cried and said, Father Abraham, have mercy on me, and send Lazarus, that he may dip the tip of his finger in water, and cool my tongue; for I am tormented in this flame.

25 But Abraham said, Son, remember that thou in thy lifetime receivedst thy good things, and likewise Lazarus evil things: but now he is comforted, and thou art tormented.

26 And beside all this, between us and you there is a great gulf fixed: so that they which would pass from hence to you cannot; neither can they pass to us, that would come from thence.

27 Then he said, I pray thee therefore, father, that thou wouldest send him to my father’s house:

28 For I have five brethren; that he may testify unto them, lest they also come into this place of torment.

29 Abraham saith unto him, They have Moses and the prophets; let them hear them.

30 And he said, Nay, father Abraham: but if one went unto them from the dead, they will repent.

31 And he said unto him, If they hear not Moses and the prophets, neither will they be persuaded, though one rose from the dead. Lu 16